Carbini

Door , september 29, 2009 11:09

The place to be

Voor de Giru van vorig jaar (2008) stond Carbini ook al geprogrammeerd en had ik mijn vrienden voorafgaand aan mijn vakantie deze locatie al laten zien met Google Earth. Dat I Muvrini zelfs daar zou optreden, in zo’n klein dorp dat van bovenaf oogde als een nederzetting van een paar huisjes, een kerk en een begraafplaats. Het was duidelijk voor mij: Carbini was the place to be, en ik moest en ik zou er heen gaan!

Helaas had ik toen wel de pech dat het concert de dag na het concert in de kustplaats Tiuccia plaatsvond. Ten opzichte van Moriani ligt Tiuccia aan de andere kant van Corsica, zodat ik pas om 5.00 uur in de ochtend mijn bed weer had weten te vinden. Aangezien de zon op Corsica in de hoogzomer om 8.00 uur alweer zoveel licht en warmte geeft dat slapen onmogelijk is, had ik toen te kampen met een behoorlijk slaaptekort. Carbini zou weer 2,5 uur rijden zijn, zodat ik mijn bed pas weer om 4.00 uur zou mogen begroeten. Het leek me dus niet verstandig om te gaan, maar voornemen was voornemen, en daarom reed ik die dag om ongeveer 04.00 uur toch naar Carbini.

Nadat ik bij Solenzara rechtsaf de D258 had ingeslagen begon ik aan een weg vol bochten die me na bijna één uur rijden in Carbini deed aanbelanden. Met al die bochten moest ik mijn ogen natuurlijk goed op de weg gericht houden, maar het was tegelijkertijd ook onmogelijk om ze niet op te slaan naar de Aiguilles de Bavella, de toppen van de Bavella. Zo prachtig en imposant als die erbij lagen, alsof ze me ook wenkten: Carbini, the place to be!

Aiguilles de Bavella
Aiguilles de Bavella

Toen ik om een uur of zes in het dorp aankwam vond ik het er echter verdacht rustig. Ik reed langs een café waar wel wat mensen op een terras zaten, maar verder leek het dorp totaal uitgestorven.

Voordat ik het goed en wel wist was ik al door het dorp heen en keerde de auto. Aan het begin had ik een jongen van een jaar of acht op een bankje zien zitten die ietwat verveeld voor zich uit staarde. Toen ik weer bij hem was aanbeland opende ik het raampje van de auto en vroeg in mijn beste Frans waar het concert van I Muvrini zou plaatsvinden. Het enige wat hij uitbracht was een ferm: “Annulé!”, en ik wist dat ik voor niets was gekomen. Mijn teleurstelling werd enigszins getemperd doordat ik direct begreep dat ik mijn bed een flink aantal uren eerder zou kunnen bereiken dan gedacht. In mijn “Merci” klonk althans niet veel teleurstelling door en ik zette meteen gas op de plank om nog zo veel mogelijk van het daglicht te kunnen profiteren.

De volgende dag in Campuloru begreep ik van Jean-François dat het concert in Carbini niet was doorgegaan vanwege een sterfgeval in het dorp. Toen ik zei dat ik er wel was heengereden zei Jean-François “Wees alsjeblieft niet boos op ons”. Dat was ik dus ook niet, want het zou immers buitengewoon ongepast zijn geweest om in die situatie daar wel te gaan spelen. En bovendien had ik die weg ernaartoe met die prachtige Bavella voor geen goud willen missen. Het leek me nu precies het toefje van de slagroom op de taart van mijn vakantie.

Maar dit jaar was ik wel blij toen ik in de planning van de Giru zag dat ik een herkansing kreeg om een concert van I Muvrini in een klein dorp in de zuidelijke binnenlanden van Corsica te kunnen bijwonen.

Carbini anno 2009

Nu, een jaar later, is de programmering van het concert in Carbini zo direct na de avond in Bastia is natuurlijk veel gunstiger. Dit jaar kan ik nog teren op een aangename voorraad slaapreserves.

Als ik het bord met de plaatsnaamaanduiding gepasseerd ben zie ik direct aan de linkerkant van de weg de lichttorens van het podium al uitsteken boven de heg die de weg afscheidt van het terrein. Direct daarachter zie ik ook de karakteristieke klokkentoren schuin achter het podium staan, met daarnaast de kleine kerk. Aan de andere kant van de weg ligt een veld waar de auto’s op geparkeerd dienen te worden. Het lijkt me eigenlijk overdreven groot voor zo’n klein dorp, maar het betekent natuurlijk wel dat ik na het concert lekker snel zal kunnen wegrijden.

Met de rust in het dorp is het al gedaan als ik aankom. Als ik de auto uit stap hoor ik Thomas zijn drumstel, Achim zijn keyboards, Mickey zijn gitaar en César zijn basgitaar al beproeven. Als ik het terrein betreed zie ik dat Jean-François samen met de geluidsman achterin achter de geluidsknoppen staat, beschut onder een tentje tegen de brandende zon. De band speelt en speelt totdat Jean-François en de geluidsman tevreden  zijn over de afstelling van het geluid. Daarna gaat Jean-François op diverse stoelen in de zaal zitten om het geluid ook vanaf die plekken te kunnen beoordelen. Als hij ook daar tevreden over is stapt hij zelf het podium op om achter de kleine piano plaats te nemen. Dan speelt hij wat, zingt wat, test zijn kleine akoestische en gewone elektrische gitaar, en speelt nog wat voor zich uit op die kleine piano.

Jean-Francois in Carbini

Maar hoe langer hij vandaag achter die piano zit, des te chagrijniger gaat hij kijken. Het is me duidelijk dat hij ergens niet tevreden over is, maar de anderen die zich naast of achter hem bevinden hebben dat nog niet in de gaten. Ook Alain, die rechts schuin achter Jean-François op de verhoging een beetje verscholen achter een toetsenbord van Achim op het podium is gaan zitten, oogt ontspannen en lacht mee om de grappen die er worden gemaakt. Er lijkt me ook wel reden voor de goede sfeer binnen de groep: de Giru is immers alweer een week onderweg en iedereen in het meer dan 40 man tellende team weet inmiddels wat hem elke dag te doen staat om de hele boel op- en ook weer af te tuigen. En elke dag staat het er ook allemaal, en vandaag waren er geen noemenswaardige problemen bij de soundcheck.

Maar ja, met dat optimisme wordt er toch een beetje buiten Jean-François gerekend, want die lijkt vandaag toch echt ontstemd, en dan niet qua stem, maar wel qua humeur. Er is iets, al kan ik met geen mogelijkheid ontdekken wat het is, want in mijn oren klinkt het geluid allemaal prima en verder staat alles keurig op zijn plaats voor het concert. Als hij opstaat vanachter zijn piano en iets zegt wat ik niet kan verstaan krijgt ook de rest van de groep in de gaten dat er iets niet in orde is en slaat de sfeer opeens om. Iedereen beseft: alle hens aan dek.

Jean-François stapt de hogere trede van het podium op naar een plek achter de toetsenborden van Achim en gaat met hem uitgebreid overleggen. Op Alain en Stéphane na stappen de anderen het podium af omdat ze blijkbaar verwachten geen oplossing voor het probleem te kunnen aandragen. Maar Alain en Stéphane blijven alleen nog maar even achter om de microfoons te testen voor het polyfone deel en verdwijnen dan ook achter het podium om bij de anderen aan te schuiven aan de eettafel.

Bij het overleg tussen Jean-François en Achim voegen zich ondertussen ook technicus Gilles en andere technici om iets te herstellen wat blijkbaar niet eenvoudig te herstellen is. Ook Achim maakt vanachter zijn piano met kastjes vol technisch vernuft een beetje vertwijfelde indruk. Maar met de Jean-François voor hem die met zijn handen in zijn zij en een grote frons op zijn voorhoofd irritatie en onrust uitstraalt lijkt het me nu ook even niet eenvoudig samenwerken.

Maar ja, perfectionisme leidt nu eenmaal naar klinkende resultaten die weer succes opleveren, dus als iets niet goed is moet het worden verbeterd. Mickey komt er ook nog even bij staan. Hij zegt niet veel en kijkt ook al zo zorgelijk. Ik begin een beetje ongerust te vermoeden dat het hele feest vanavond niet zal doorgaan.
Maar als ik naar de rest van de groep aan de lange eettafel kijk kan ik van enige onrust niets bespeuren, en dat stelt me ook wel weer gerust. Wij, het publiek dat de soundcheck heeft mogen bijwonen, wordt ondertussen weer naar buiten gebonjourd omdat de soundcheck formeel is afgelopen en we bij het opnieuw betreden van het terrein na 20.00 uur ons kaartje kunnen laten afscheuren.

Ik vind dit staartje van de soundcheck eigenlijk wel zo interessant. Van achter de rieten omheining die net naast de ingang is neergezet om pottenkijkers geen kans te geven blijf ik de discussie volgen met behulp van de zoomfunctie van mijn camera. Die stelt me in staat om zonder problemen door de rieten omheining te kijken en ik zie ze nog enige tijd met elkaar overleggen, waarbij Jean-François het meest aan het woord is. Mickey en Gilles haken op een gegeven moment af en Achim en Jean-François praten nog wat door. Eigenlijk zie ik niemand op knoppen drukken of anderszins iets wijzigen in de constellatie, maar opeens is het probleem blijkbaar opgelost en kijken Achim en Jean-François weer wat vrolijker als zij het podium af stappen om aan hun avondeten te beginnen.

Opgelucht haal ik adem: ik ben gelukkig niet weer voor niets naar Carbini gereden.

Iedereen wil naar Carbini!

Als ik om 20.00 uur weer het terrein op loop vind ik nog steeds dat het aantal neergezette stoelen een bovenmatig positieve stemming verraadt over het aantal verwachte bezoekers van die avond. Rij twee waar de stoel zich bevindt die ik al bezet heb gehouden door mijn sweater over de rug heen te wikkelen, zal wel vol komen, maar al die rijen achter me? Ik ga vast zitten, pak mijn boek en prijs me gelukkig dat ik aan de rechterkant ben gaan zitten zodat de door de roadies neergezette lichtmast die de ingang van het terrein verlicht, ook de bladzijden beschijnt en ik onbekommerd kan blijven lezen tot het begin van het concert.

Het publiek komt maar langzaam binnendruppelen en ik verheug ik me al op een intiem huiskamerconcert. Maar na 21.30 uur, een klein half uur voor aanvang van het concert, is er echt sprake van een stroom van bezoekers en loopt de “zaal” gewoon vol. Ik moet mijn wensgedachte laten varen en kan niet anders concluderen dan dat ook de bewoners van het zuidelijke binnenland van Corsica I Muvrini wel eens een avondje aan het werk willen zien.

Schoonheidsfoutjes

Het concert zelf is eigenlijk het enige concert waarbij er wat dingetjes, noem het “schoonheidsfoutjes” verkeerd gaan. Zo vallen in “Un Ti Ne Scurdà” Jean-François en Alain opeens stil, omdat beiden vergeten de draad op tijd op te pikken. Ik heb het nooit eerder bij ze meegemaakt, en dan nog wel in een nummer dat ze al ettelijke keren gespeeld hebben, maar het bewijst alleen maar dat er geen avond op de automatische piloot wordt gespeeld.

Als Jean-François aan het begin van de toegiften wil gaan voorlezen uit zijn “Dicocorse” is er blijkbaar geen blaadje gestoken om de plek in het boek te markeren van waaraf hij moet gaan lezen. Hij bladert het boek even door, mompelt iets van “dat doe ik straks anders wel” en gaat door met “Tù mi manchi”. En helaas, helaas zingt het publiek niet zo luid mee aan het einde van “Canzona di u Rizzanese”. Jean-François staat vooraan het podium en probeert het publiek wel aan te moedigen met een “merci, merci”, maar in vergelijking met het publiek in Bastia lijkt hier de geluidssterkte op fluisteren te zijn ingesteld.

Dat is echter geen indicatie voor de waardering van het concert. Er wordt het hele concert door aandachtig geluisterd en luid geapplaudisseerd. En bij “A Voce Rivolta” gaat het publiek weer helemaal los. Dat nummer is gewoon een geheide hit. Iedereen joelt er op mee en na afloop klapt iedereen keihard om de groep te verleiden tot een aantal toegiften. Ik doe driftig mee, al was het maar om het klappertanden te bezweren dat ik door de kou niet meer kan onderdrukken. Carbini moet aardig hoog liggen, al heb ik daar onderweg helemaal geen erg in gehad. In ieder geval blijken mijn t-shirt en sweater volstrekt onvoldoende om me warm te houden.

Na het concert loop ik daarom snel naar mijn auto om daar de verwarming lekker hoog te zetten. Dat het hoogzomer is en ik me op een eiland in de Middellandse Zee bevindt waar het in deze tijd van het jaar gemakkelijk 40 graden Celsius kan zijn, kan me niet meer boeien. Het hobbelige parkeerterrein herken ik in het donker amper terug omdat het nu helemaal vol auto’s staat. Het duurt daarom enige tijd voordat ik het kan afrijden om de D258 richting kust in te slaan.

Op de terugweg heb ik de hele tijd op de D258 een auto voor me. Vorig jaar reed ik dat hele stuk alleen en aan het einde ervan, toen het al helemaal donker was, ben ik de auto even uitgestapt om naar de prachtige sterrenhemel te turen. Ik voelde me alleen en oppermachtig op de wereld. Vanuit een vaag veilig gevoel blijf ik nu achter mijn voorganger aansjokken. Mocht er iets met de auto mis gaan, dan is hulp dichtbij. Maar tegelijkertijd besef ik de misleiding van die gedachte. Wie heeft er nu in de gaten dat er met de auto achter hem of haar iets mis is? Tegen de tijd dat ik uit mijn auto ben gesprongen om zwaaiend met mijn armen aan te geven dat mijn auto dienst weigert, is mijn voorganger al lang verdwenen achter een bocht. En mag ik er überhaupt op vertrouwen dat mijn voorganger om 2.00 uur ’s nachts stopt om mij te gaan helpen? Nou ja, die gedachte wordt verdrongen door een andere meer geruststellende gedachte: de band zal me wel achterop rijden en bevat voldoende hulpvaardige personen om mijn auto met vereende krachten te kunnen aanduwen!

Gelukkig bereik ik mijn appartement zonder problemen. Voordat ik om een uur of vier in slaap val beslis ik met pijn in het hart dat ik Purtichju de volgende dag zal laten schieten. Dat zal immers weer bijna drie uur rijden heen én dus ook weer terug zijn, en vakantie is ook bedoeld om enigszins uit te rusten. Die luxe kan ik me permitteren, want ik weet: de I Muvrini-karavaan gaat door!

Moriani – Carbini= 121 km, 2 uur 25 minuten


View Larger Map


Grotere kaart weergeven

Carbini Stade


Grotere kaart weergeven

Reacties gesloten

Panorama Theme by Themocracy