Aiacciu – Ajaccio
Op vrijdag 7 augustus om 13.00 uur meert de boot “Vincent” uit Livorno aan in de haven van Bastia. Als ik op de boot de motor start van mijn auto zie ik dat het er 39.5 graden is. Die hitte is niet de enige reden dat ik net als iedereen wil opschieten om van de boot af te komen. Ik heb immers ook nog een rit van 3 uur voor de boeg naar Aiacciu, waar I Muvrini hun vierde concert van hun tournee op Corsica, de Giru, zal gaan spelen.
Ik geef toe: het is niet handig om de boot naar Bastia te nemen terwijl je in Aiacciu moet zijn en daar toch ook boten naartoe gaan. Maar ja, de precieze speeldata van de tournee werden bekendgemaakt nadat ik mijn boot al had geboekt, en aangezien de prijzen van de overtocht stijgen naarmate de vertrekdatum dichterbij komt, besloot ik mijn ticket niet meer te wijzigen maar de autorit na aankomst op het eiland op te vatten als een karakteristiek begin van mijn vakantie waarin ik nog vele uren zal doorbrengen in de auto, op weg naar alle uithoeken van Corsica waar I Muvrini zal gaan spelen. Een hotel in Aiacciu heb ik wel geboekt, zodat ik na het concert vanavond snel zal kunnen gaan slapen.
In Aiacciu speelt I Muvrini die avond op de “Casone”, wat de Corsicaanse benaming is voor de “Place d’Austerlitz”. Het ligt aan het uiteinde van de horizontale hoofdstraat van Aiacciu, de “Cours du Général Leclerc”, en is een groot veld waar het standbeeld van Napoleon over uitkijkt. Mijn hotel ligt pal naast de Casone en als ik uit mijn auto stap hoor ik I Muvrini al soundchecken. Ik kan het horen aan de sound, want het nummer dat ze spelen ken ik nog niet. Ik beschouw het als een warm welkom en haast me bij het inchecken in het hotel om zoveel mogelijk van de soundcheck te kunnen meemaken.
Als ik even later bij het toegangshek aankom is het enigszins teleurstellend dat het hek dicht zit. Ook als ik achterlangs loop hangt er een rood-wit lint waar ik niet brutaal onderdoor durf te lopen. Ik besluit om weer naar de voorzijde te lopen om met andere belangstellenden op de trap te gaan zitten in de nog warme zon. Maar eerst koop ik nog een kaartje bij Dumè, die me herkent en hartelijk begroet. Als ik me daarna omdraai is manager Shelly Padovani ook gearriveerd en ze begroet me allerhartelijkst. “Nous te verrons après le concert?” (“We zien je na het concert?”) “Naturellement”, antwoord ik, en weg verdwijnt ze achter het hek om dingen, heel veel dingen te regelen.
Lang zit ik niet op de trap want ik bedenk me dat op mijn camera een aangename zoomfunctie zit. Thuis heb ik nog niet veel tijd gehad om mijn onlangs aangeschafte camera uit te proberen en van alleen de handleiding lezen werd ik niet veel wijzer. De zoomfunctie daarentegen had ik wel al ruim een week eerder benut bij het concert in Loon-Plage, dus die kon ik al wel hanteren. Door mijn camera zie ik nog net het staartje van de soundcheck waarin het geluid van het polyfone deel wordt getest. Het oogt als een heel gewone soundcheck zonder noemenswaardige problemen, alsof de Giru al minstens twee weken aan de gang is in plaats van vier dagen.
Om 20.00 uur opent Jojo Bernardini de deuren en haast ik me naar mijn vaste plek:ergens op de tweede rij. Bij de soundcheck was me al opgevallen dat de podiumverdeling is gewijzigd doordat bassist César Anot nu van links naar rechts is verhuisd en gitarist Mickey Meinert de omgekeerde weg heeft afgelegd. Toetsenist Achim Meier en Drummer Thomas Simmerl staan wel op hun vaste plek, en de anderen hebben per nummer een andere plaats op het podium.
Precies om 22.00 uur begint het concert als toetsenist Achim Meier en gitarist Mickey Meinert het podium op komen om de intro in te zetten, waarna de anderen er daarna gefaseerd bijkomen. Het applaus zwelt aan als Jean-François Bernardini zich laat zien en de groep het vrolijke “ Ora” inzet. Het is een oud nieuw nummer: ‘oud’ omdat het al bij de Giru in 2007 en vele keren daarna werd gespeeld, maar ‘nieuw’ omdat het nog niet vastgelegd is op cd en het nu bovendien een nieuw arrangement heeft gekregen. Bij het refrein verschijnen ook de zangers Alain Bernardini en Stéphane Mangiantini op het toneel, zodat de hele band al bij het eerste nummer op het podium staat. Doedelzakspeler en fluitist Loïc Taillebrest speelt voor de gelegenheid accordeon; sommige mensen lijken ook wel alles te kunnen. Het concert verloopt op rolletjes en dit is de tracklist van de nummers die ze de hele Giru spelen, en de toegiften waar elke avond een selectie uit wordt gemaakt:
1. Ora
2. Gioia NIEUW!
3. Di quale sì l’amore
4. Ne farai un ortu NIEUW!
5. Quandu senterà
6. Alma
7. Tù mi faci ingrandà NIEUW!
8. Ùn ti ne scurdà
10. Terzetti di u piuvanu
11. Notte NIEUW!
12. Dì
13. Blowing in the wind
14. Bonafurtuna
15. Gaia
16. Quand’hè
17. Inseme si pò NIEUW!
18. Canzona di u Rizzanese
19. Pudè
20. À voce rivolta
21. Tù mi manchi
22. Peccatu NIEUW!
23. Ti ricunnoscu NIEUW!
24. Sarà
De nieuwe nummers, hoe klinken ze? Het antwoord is natuurlijk: hartstikke goed! Onder één noemer zijn ze niet te brengen, maar zo op het eerste gehoor verbaas ik me er weer over dat Jean-François er andermaal in is geslaagd om eenvoudige melodieën te vinden die direct in je hoofd blijven rondzingen. Mochten alle nieuwe nummers begin 2010 op het nieuwe album belanden, dan wordt het een prachtige plaat.
Uitsmijter van de avond is zoals altijd ‘A Voce Rivolta’, dit keer begeleid door een aantal kinderen, dat op uitnodiging van Jean-François het podium op is gekomen om op door de band meegebrachte instrumenten mee te spelen. De kinderen maken door hun luide getrommel zoveel kabaal dat microfoons beslist nodig zijn om er boven uit te komen, maar voor zowel de kinderen, de groep als het publiek is het een groot feest, dat gevolgd wordt door een daverend applaus. Jean-François slaagt er in om de kinderen te instrueren hoe ze dat applaus in ontvangst moeten nemen, en vervolgens maken ze daarna bij de derde tel van Jean-François met z’n allen vlekkeloos een grote buiging, om dat nog vele keren te herhalen. Het is dat Jean-François op zeker moment toch de aftocht inzet en van het podium verdwijnt en de kinderen door Pierrot worden begeleid naar hun meer dan trotse ouders, anders hadden we met z’n allen de zon weer kunnen zien opkomen.
Het applaus duurt lang voort, lang genoeg om een kleine piano het podium op te dragen en te installeren. Als Jean-François het podium weer komt oplopen buigt hij nogmaals en neemt erachter plaats om voor te gaan lezen uit zijn net verschenen boek ‘Dicocorse’. Er wordt luid gelachen om zijn grappige teksten, maar die vrolijkheid slaat om als hij kort het stemmige “Tu mi manchi” inleidt en begint te zingen. De twee nummers daarna zijn weer spiksplinternieuw en ongekend prachtig, waarna de avond definitief wordt beëidingd met de reprise-uitvoering van ‘Sarà’.
Na het tweeëneenhalf uur durende concert staan er tot mijn verbazing niet eens zoveel mensen te wachten om Jean-François en Alain te spreken. Samen met Stéphane staan ze handtekeningen uit te delen in een klein verlicht tentje. Het eerste groepje loopt mee met Shelly, en aangezien er dan niemand meer staat om me tegen te houden besluit ik ook om door te lopen. Mocht mijn komst niet de bedoeling zijn, dan kan ik altijd nog omkeren. Maar dat is natuurlijk een heel verkeerde gedachte. Hartelijk word ik begroet door Alain, terwijl ik zie dat Jean-François ruim de tijd neemt om gesprek aan te knopen met een kind. Ik suggereer Alain dat het wellicht tijd is om huiswaarts te gaan, wetende dat de heren nog de rit voor de boeg hebben die ik die middag in omgekeerde richting heb afgelegd. Lachend zegt hij: “C’est habitude”, en inderdaad, voor hen is het een jaarlijks terugkerende gewoonte van slechts één maand, maar wat voor een gewoonte!
Bastia – Ajaccio = 150 km, 3 uur 4 minuten
Hieronder zie je de route die ik gereden heb. Op de kaart daaronder kun je de precieze locatie zien. Net boven de ballon met de “B” zie je het openlucht theater aan de Casone liggen.


