Groningen – Nederland 2010

Door , april 11, 2010 9:51

Op weg naar Groningen maak ik me nog zorgen over de zaalbezetting. Vorig jaar stond I Muvrini ook in de Oosterpoort, maar dan in de kleine zaal. Dit jaar is de grote zaal geboekt. Navraag leerde me dat omdat I Muvrini drie dagen achter elkaar in Nederland wilde optreden in dezelfde zalen als vorig jaar, het niet anders had gekund. De kleine zaal was al geboekt en in combinatie met de andere zalen in Nederland was dit de enige optie. Maar de zaalhouder had wel beloofd om de zaal intiemer te maken in het geval er niet genoeg kaarten zouden zijn verkocht.

Als ik de zaal binnenkom bij de soundcheck begrijp ik direct wat de zaalhouder daarmee bedoeld heeft. Met grote zwarte lakens zijn de balkons aan beide zijden van de zaal afgedekt. Daar zal dus vanavond niemand zitten, maar zal de zaal verder wel voldoende gevuld zijn?

Bij de soundcheck wordt direct duidelijk dat ze vanavond in een echte popzaal staan. Het geluid is harder, maar gelukkig vooral ook beter. Het is een vrolijke boel en eigenlijk gaat het allemaal wel gladjes. Er zijn nog wel wat ijverige roadies van de Oosterpoort zelf die assisteren bij het inregelen van het geluid en me vragen om de zaal te verlaten. Maar als ik ze verwijs naar de roadies van I Muvrini mag ik gewoon blijven zitten.

Ondertussen hoop ik van harte dat er voldoende kaartjes zijn verkocht om de zaal voldoende te vullen om het een gezellige avond te laten zijn. Hoeveel mensen zullen er gedacht hebben dat het niet de moeite waard zou zijn  om te komen aangezien ze de groep vorig jaar al hebben gezien? Als de deuren open gaan begrijp ik al snel dat mijn ongerustheid voor niets is geweest. De zaal vult zich snel. Mocht het niet uitverkocht zijn, dan is het dat toch zo goed als.

Jean-François Bernardini

En meteen zit de sfeer er ook goed in. De noorderlingen, die in Nederland bekend staan om het feit dat ze zo nuchter en strak zouden zijn, gaan gewoon helemaal los. Tot mijn stomme verbazing hebben ze zelfs het lef om met Alain mee te zingen als hij inzet bij “Un Ti Ne Scurda”. Ikzelf vind het nogal stoutmoedig, maar Alain zit er in het geheel niet mee. Hij lacht om de waardering die hij eruit opmaakt en geniet zichtbaar. Jean-François doet natuurlijk niet voor hem onder, en als aan het eind het publiek wordt uitgenodigd om mee te zingen met de heren, laat niemand zich onbetuigd. Nee, zo hard als we in Nederland zingen, dat heb ik toch nergens anders gehoord. Maar ja, Jean-François weet ons dan ook wel goed aan te zetten tot bovenmatige prestaties.

Het einde van “Un Ti Ne Scurda” wordt een beetje de César Anot-show. De bassist heeft ook een geweldige stem en ook zijn uithalen worden dankbaar door het publiek herhaald. Zijn roots uit Ivoorkust komen daarin ook nog bovendrijven, en het publiek bedankt hem daar aan het einde uitbundig voor.

Na afloop komen Jean-François, Alain en Stéphane al snel naar de hal toe om de vele bezoekers te ontmoeten. Er zijn zoveel mensen die ze omstuwen dat ze een beetje verdwijnen in de massa. Het zijn de gewon taferelen van handtekeningen zetten, op de foto gaan, maar er zijn ook mensen die foto’s van hun vakantie op Corsica en van eerdere ontmoetingen met de heren en wat dies meer zij willen laten zien. Geduldig wordt al informatie uitgewisseld en besproken.

Als het weer wat rustiger is hoor ik een man vragen aan Jean-François: “Waar is jullie violiste nou? Ik zou haar wel eens willen spreken!” Een beetje beduusd staat hij te kijken van die vraag. Wellicht weet hij het antwoord ook niet want het is inmiddels al behoorlijk laat geworden, en het is niet ondenkbaar dat een aantal leden van de band al vertrokken is naar het hotel. Ik hoop in ieder geval dat deze directe vraag om ook de andere leden van de band na afloop eens te spreken te krijgen, er toe zal leiden dat ook zij zich na de concerten zullen laten zien om de complimenten direct in ontvangst te kunnen nemen. En de volgende avond in Paradiso zie ik meteen dat die hoop in vervulling gaat!

Laat een reactie achter

Panorama Theme by Themocracy